Home
Bestuur
Geschiedenis
Gegevens
Lid worden
Eigen tochten
Clubactiviteit
Tochtuitslagen
Verslagen
Fotoalbum
Ledeninfo
Clubshop
Links
Gastenboek
Contact
 
LOGIN
LOGOUT
 

Oostende in de schaduw van Lange Nelle

Gepost door: Kastaar
Organiserende club: Stormvogels Oostende
 

Als wij ’s morgens richting Oostende kiezen dreigen wij veel te missen in de mist. Maar als wij zaal Sluisvliet verlaten onderneemt de zon een ernstige poging om door het wolkendek te breken dat lukt maar is van korte duur, nadien komt zij terug om rond de middag niet meer te wijken. Ook een licht fris briesje zorgt ervoor dat het kwik niet boven de 12 graden uitkomt maar het wordt evenwel een aangenaam wandelweertje en wij gaan de weg op voor het 12 km parkoers.

Langs de overbekende en geschiedkundige plas met name de spuikom zijn wij de baan op. Een 80 ha kunstmatig aangelegde plas, met als doel de haven van Oostende diep genoeg te houden zonder baggeren. Het principe was simpel bij hoog water laten wij die enorme kuip vollopen, en bij lager water laten wij hem terug leeglopen, en al het overbodige slip is meegespoeld, niet slecht gezien hé, maar het resultaat viel slecht uit door de enorme waterkracht werden de kaaimuren beschadigd en ook de vestigingen onder het Oostendse station dreigden weg te spoelen, dus afvoeren dat plan. De spuikom heeft ook een militaire geschiedenis want de Duitsers gebruikten tijdens de oorlog de grote plas als landingsterrein voor hun watervliegtuigen. Thans heeft de plas een meer vredelievende bedrijvigheid, vooreerst de culinaire door het kweken van oesters, en ook de watersportrecreatie biedt er tal van mogelijkheden. , Ook heel wat toeristische bedrijvigheden kunnen hier hun gading vinden.

Of wij rap in vakantiestemming zouden geraken welja zeker.

Hoog in de lucht hangen in de vroege ochtenduren wat krijsende meeuwen in de lucht alsof zij ons willen wekken. De rust komt er terug door een vissersvrouwtje in de voortuin met een duif op de schoot rustig wachtend op de terugkeer van haar geliefde, en dan op de stoep twee Oostendse poesen die ons als het ware uitnodigen op een ontbijt, ’t zou mooi zijn en toch niet want wij moeten verder wij hebben nog veel werk, wij moeten nog een ganse poos wandelen.

Wij wisselen de ene wijk voor de andere komen het grondgebied Bredene opgestapt. Op een mooi afgeschermd voetpad stappen wij langs de grote baan die in de middenberm versierd is met bloeiende paaslelies wat een echte lentesfeer verwezenlijkt.

Even voor het dorp stappen wij een parkje in dat tevens ook een speelparkje voor kinderen bezit en zo zijn wij een nieuwe wijk in. De voortuintjes zijn mooi aan het worden, het eerste lentegroen, de voorjaarsbloemen en de frisgroene bladeren van de ontluikende planten en struiken, laten ons echt herleven na die lange slepende winter. Ook de randen van de straten zijn prachtig met die witte en roze bloeiende prunus triloba bomen.

Een smal paadje brengt ons links weg naar de Turkijehoeve dat als museum is uitgebaat en een heel bewogen geschiedenis achter de rug heeft. Een oude hoeve vermoedelijk opgericht tijdens de 12de eeuw. Op de kaart van Robus 15 uit 1565 herroepen tot grote polderhoeve. Vernield tijdens het beleg van Oostende van 1691 tot 1704. Na de drooglegging van de polders heropgebouwd tussen 1620 en 1630.In die periode eigendom van de Baljuw van Vlaanderen In 1870 schuur vernielt door brand. Was de grootste hoeve van het arrondisiment Oostende, en als architectuur een schoolvoorbeeld van een polderhoeve. In 1991 werd er het museum Ter Keure geopend. Van een stukje geschiedenis gesproken.

Bij het uitkomen van de wijk staan wij haaks op de drukke baan, waar wij links via een groen tegelpaadje mooi afgeschermd onze weg kunnen verder zetten. Langs het tegelpaadje verschillende jinuperus struiken of wilde jeneverbes, met hun roze bloementrosjes, ook opvallend veel rustbanken op sommige plaatsen om het drukke verkeer gade te slaan, of ergens verscholen achter een verzameling struiken heerlijk te genieten van een stukje prachtige natuur. Even later links af een gravel weggetje brengt ons naar een wijkschooltje waar wij onze rustpost benutten.

De wolken hebben het tijdelijk gehaald op de zon en de toppen van de hoogbouw hangen verscholen in een grijze schaduw, en de temperatuur voelt direct een paar graden lager. Als wij de echte grote kustbaan gaan dwarsen komen wij als het ware oog in oog met het oude militaire hospitaal, maar rechts van ons lonkt de houten trap om ons over de duinenrug te brengen, het is een stevige klim, maar voor zij die het niet aankonden was een alternatieve weg voorzien. Maar boven zouden wij een prachtig panorama aangeboden krijgen in de eerste plaats van het hinterland, maar anderzijds de andere kant namelijk de zee.

Het feest gaat maar gedeeltekijk door want de weermaker is hier een ongenode spelbreker.

Wij dalen de trap af richting zee en komen een flink stuk langs de wandeldijk, links van ons de hoge duinen, met daarin verscholen enkele bunkers van de beruchte artillerie wall, en ook langs het Fort Napoleon.

Bij de ingang van de haven zijn reusachtige bulldozers aan het werk die vlotjes de steile helling op en neer rijden.

Ook komen wij langs de vuurtoren Lange Nelle genoemd, een stevige paal als je het ons vraagt met de top 65 meter boven de zeespiegel. Het was het eerste baken sinds 1366. In de oorlog zeer zwaar beschadigd en in 1958 terug in gebruik genomen, en samen met Nieuwpoort, Blakenberge en Heist het baken van de Belgische kust.

Wij zijn intussen op de Slipway kaai, links van ons talrijke visserschepen langs de kade. Als wij over de metalen loopbrug stappen rechts van ons een roestig scheepje ligt te wachten op een stevige opknapbeurt, en wat verder een paar droogdokken of hoe je zij ook noemt.

Men laat die gedrochten in het water zakken, de te herstellen boort wordt tussen de blokken geloodst, eens daarna trekt men het gedrocht en het schip omhoog om het zo uit het water te krijgen. Wij konden even door het venster die ophaal machine bekijken en die kettingen, het zou een grote kwade woef moeten zijn om zich los te trekken laat staan die door te bijten, dag moeder

Wij komen in de overdekte galerij van de vismijn en in de nok hangen grote foto’s van vissers van weleer, een soort eerbetuiging aan hun harde leven op zee. In 1950 telde de Belgische vissersvloot nog 457 schepen in 1980 nog 208. Vandaag gaat het nog om 115 schepen verdeeld over 3 vissershavens, Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge. De Vlaamse visserij beleefd al jaren harde tijden door de alsmaar strengere Europese wetten over het vangkwota, en de alsmaar duurdere brandstofprijzen. Langs de kade zijn enkele viswinkeltjes open, en zo brengen wij van zee een dagvers visje mee, zo een aanbod kan je toch niet afslaan.

Voor de kerk passeren wij nog het standbeeld van de wachtende vissersvrouw starend naar de zee wachtend op de thuiskomst van haar geliefde of gezin.

Op de kade zien wij nog een oud scheepsanker liggen, en midden op de kade heel wat netten en zwaar uitrustingsmateriaal voor de vissersschepen en dat is wat anders of een schepnetje en een vislijn.

Zo zijn wij dan ook aan het einde van onze zeer gevarieerde en verzorgde wandeldag, naar het einde is de zon er terug en iedereen is tevreden wij hebben natuur geschiedenis en de zee gezien, dus het aanbod was volledig bij Lange Nelle.

Parkoermeester van harte proficiat jij mag zeker blijven, ook de organisatie en dienstpersoneel van harte proficiat en van harte dank hou jullie goed het allerbeste en tot een volgende wandelgelegenheid, o ja de kippenboer en de visboer ook behouden, de kip met friet en de tomaat met krabsalade smaakten heerlijk.

 

 

Terug naar overzicht